“Je uitvalrisico is laag omdat je vaak komt.” Ik krijg uitleg van een trainer in mijn sportschool over de melding op zijn scherm bij mijn profiel. Blijkbaar zijn er mensen met een hoog en laag uitvalrisico en dat wordt bepaald aan de hand van de mate van je bezoek. In de kerk werkt dat niet anders, denk ik meteen. Misschien moeten we het niet gaan bijhouden, maar het is wel goed om met elkaar in gesprek te blijven over de betrokkenheid van mensen en hoe we die warme gemeenschap kunnen zijn en blijven, waar we onszelf toch al wel jaren een beetje op doen voorstaan.
Mijn gedachten gaan verder en ik denk aan al die activiteiten die ik buiten de kerk heb georganiseerd, met de stiekeme hoop dat mensen de vrijzinnigheid zouden leren kennen en bij de club zouden komen. Om me heen zie ik het veel gebeuren: etentjes met zingeving, lezingen, festivals. Er worden vele pogingen gedaan om geloven weer hip te maken. Met vaak toch de stiekeme hoop dat een kerk overeind kan blijven door nieuwe aanwas. Nieuwe mensen die in het bestuur willen gaan zitten van een gemeenschap die de zittende menigte vaak zeer dierbaar is.
Geen etentjes of lezingen
In januari zitten de sportscholen vaak weer vol. Toch doen deze ondernemingen naar mijn weten niet heel erg aan reclame op de manier zoals wij dat doen. Sportscholen organiseren geen etentjes of lezingen, zelfs geen marathons of sportwedstrijden. Samenwerkingen zullen er ongetwijfeld zijn, maar de sportschool draait vaak op eigen reclame door middel van posters, advertenties en soms een tv-spotje. Als je naar de sportschool gaat en je zet je in, dan krijg je waar voor je geld.
Is dat bij de kerken ook zo? Of moeten we misschien niet zo denken? Ik zou het gedachte-experiment vandaag wel aan willen gaan. Wat krijgen mensen terug voor hun inzet in de Parkstraatgemeente? Zijn lezingen en festivals en etentjes een beloning voor het harde werken? Zijn het de manieren van de kerk om reclame te maken? Moeten we dat wel willen?
Van binnen naar buiten, van buiten naar binnen
Deze tussenkop is een veelgehoorde uitspraak in de kringen waar men pogingen doet het (vrijzinnige) geloof weer aantrekkelijk te maken. Je hebt de mensen die van binnenuit proberen te vernieuwen, bij de tijd te blijven (of te komen), in de hoop dat nieuwkomers blijven. En je hebt mensen die op de barricade gaan, festivals organiseren, lezingen plannen in kerkgebouwen, aan tafel gaan met geïnteresseerden. Beide manieren zijn nuttig, denk ik. En vaak mooi. Ik merk bij mijzelf dat ik de afgelopen tien jaar een beweging heb gemaakt, van buiten naar binnen:
Steeds meer geloof ik dat de kerk haar waarde niet is verloren en dat ‘schoenmaker houd je bij je leest’ een welkome oproep is aan kerken anno 2026. Net zoals de sportschool niet op een zeepkistje staan in allerhande activiteiten die maar zijdelings bij de thematiek van een sportschool passen, moet de kerk misschien ook maar weer eens naar binnen gaan kijken. De grootste vraag is dan wat mij betreft: hoe kunnen wij in bescheidenheid, terughoudendheid en met een luisterend oor, kerk zijn voor alle mensen die op zoek zijn naar een plek. Een plek om tot rust te komen, stilgezet te worden, verheugd te zijn over een kind dat wordt gedoopt, verdriet te voelen omdat er iemand is gestorven en we in de kerk daarvoor ruimte maken.
Hoe kunnen we kerk zijn waar je graag naartoe gaat? Waar kinderen graag komen en ouderen de drempel over worden geholpen? Waar we naar elkaar luisteren, meevieren als er vreugde is en een schouder bieden als er wordt gehuild? Een plek waar je je als jongere bij aansluit omdat je weet dat er voor alle fases die er in je leven nog gaan komen plek is. Waar je jezelf mag zijn en je masker even af mag zetten. Een plek waar je wordt uitgedaagd om een beter mens te worden. Allereerst voor jezelf, maar ook voor de mensen om je heen.
Dan hebben we geen festivals en lezingen nodig, maar spreekt de gemeenschap voor zich. Misschien beschuldig je mij nu van opportunisme, maar aan deze droom wil ik werken. Misschien ook wel eerst door naar mijzelf te kijken, maar daarna met jullie naar onze kerk, die een veilige kerk is, maar hopelijk ieder jaar ook een beetje veiliger wordt. En dan hoeven we geen uitvalrisico bij te houden, omdat we weten dat áls je het risico loopt uit te vallen, er altijd iemand is die je opmerkt en je opvangt als dat nodig is.
Door dominee Jaap Marinus