Overbodig

Overbodig

Vorige maand trok ik voor het laatst de deur achter mij dicht bij de man bij wie ik tien jaar lang in de thuiszorg had gewerkt. “Het doet me wel wat dat je weggaat”, zei hij meerdere keren deze morgen. Tien jaar lang een praatje, samen koffie drinken en dan aan het werk en de ochtend nog even afsluiten met een tweede bakkie. En steevast zei hij als ik weg ging: bedankt voor de gezelligheid. Niet dank voor het werk, maar voor de gezelligheid. Blijkbaar zag hij naar mijn wekelijkse bezoekjes uit. Hij was altijd alleen gebleven, had geen kinderen en door een fietsongeluk kon hij niet meer naar de stad.

Vijfenveertig jaar ben ik betrokken geweest bij de thuiszorg, waarvan dertig jaar in actieve dienst, maar vanwege mijn naderende pensionering is daar nu een einde aan gekomen. Toen ik begon met dit werk kregen we één tot tweemaal vier uur om ons werk te doen en daar hoorde het sociale contact bij. Naast de huishouding betekende dat volop tijd voor een praatje. Maar het moest allemaal efficiënter vonden de heren in driedelig pak die daar een berekening op los lieten. Het sociale contact werd overbodig gevonden en toen het inzicht kwam dat dit leidde tot eenzaamheid werden er miljoenen geïnvesteerd in de bestrijding van eenzaamheid wat zelden het gewenste resultaat opleverde, integendeel.

De uren werden teruggebracht tot twee uur in de week en zorgvuldig werd bepaald waar die uren aan besteed moesten worden. En zo werden mijn veelal vrouwelijke collega’s en ik gereduceerd van zorgverleners tot dienstverleners. Tijdens de corona waren we voor veel mensen de enige vorm van contact terwijl we ons werk onbeschermd (!) moesten verrichten. En nu las ik de plannen van ons nieuwe kabinet. Over enkele jaren verdwijnt ons beroep, want blijkbaar zijn we overbodig geworden. Ik denk niet dat daarbij geluisterd is naar de mening van de vele cliënten die ons en ons werk zo waarderen. Misschien moeten wij hen uit solidariteit een stem geven, omdat zij aangeven onze hulp niet te kunnen missen, zodat mijn collega’s kunnen blijven doorgaan met hun zinvolle werk!

Door diaken Theo van Driel