In mijn zomervakantie, inmiddels alweer een eeuwigheid geleden, kreeg ik een kop doorgestuurd uit een krant: “Dit boek over de middeleeuwen veranderde Buwalda’s kijk op het leven. ‘Mijn betekenis is maar klein. En dat is heel erg oké’” Ik moest lachen. Deze christelijke liedjesschrijver heeft een boek over een periode in de geschiedenis gelezen en dat relativeert. Kan ik me best voorstellen overigens. Maar ondertussen zat ik heel andere kost te lezen op een strand in Frankrijk.
Een kleine geschiedenis van bijna alles, een boek van Bill Bryson, lag op mijn nachtkastje en behandelt vooral wetenschappelijke inzichten in de loop van de tijd op het gebied van natuurkunde (en scheikunde en geologie en sterrenkunde, maar die zijn volgens natuurkundigen ondergeschikt aan de wetenschap van de natuurkunde, aldus Bryson). Natuurlijk wist ik het wel: het heelal is zo groot dat we het ons helemaal niet kunnen voorstellen hoe groot dat eigenlijk is (als het al niet oneindig groot is). En van het heelal gaat Bryson dan naar de aarde en haar aardplaten, naar de kern van de aarde, magnetische velden, om vervolgens naar de mens te kijken en cellen en DNA en de aller allerkleinste deeltjes.
Onrustig
Onlangs keken we met de kinderen naar een aflevering van Het Klokhuis over donkere materie: er zijn sterren in het heelal, die hebben planeten om zonnen heen draaien op zo’n tempo dat ze eigenlijk uit hun baan zouden moeten knallen. Dat doen ze niet en dus is de hypothese dat deze sterren in een ander soort materie bewegen. Ik zat wat te grinniken en dacht: hebben we het niet gewoon gigantisch mis? Zitten er niet fouten en gaten in onze berekeningen en vooronderstellingen?
Nu wil ik niet pretenderen dat ik hier meer verstand van heb dan de wetenschappers die grote machines optuigen om donkere materie te proberen te bewijzen (wat tot op de dag van vandaag nog niet gelukt is). Ik hoop ook niet dat er nu boze natuurkundigen (of scheikundigen, geologen, sterrenkundigen) in mijn mailbox kruipen. Ik zou hier willen laten zien wat zo’n boek met mij doet, welke gedachten en gevoelens ze bij mij opwekken. Want ondanks dat de inhoud van het boek vooral mijn kennis heeft verdiept en niet per se nieuwe inzichten gaf, maakte het mij onrustig.
God
Het lijkt wel een stukje te worden vol met disclaimers, maar deze tussenkop lijkt naar de weg te wijzen dat ik bij God ga uitkomen. En misschien is dat wel zo, maar niet zwart-wit of stellig. Komt ie:
De informatie in het boek is zo overweldigend, bestrijkt zo veel disciplines waar een mensenleven te kort voor zou zijn om te begrijpen (op een paar genieën na), dat ik de neiging krijg het allemaal los te laten. De kennis over onze wereld, ons heelal, ons leven kan interessant zijn, zelfs heel waardevol als je bedenkt hoeveel het ons heeft opgeleverd als je alleen al kijkt naar onze gezondheidszorg.
Toch moet ik terugdenken aan een boek van wijlen theoloog Harry Kuitert dat ik lang geleden las, met de titel Alles behalve kennis. Een boek waarin Kuitert ervoor pleit dat theologie vooral niet moet gaan over kennis. Want die kennis kan wel een boel verklaren. Hoe en wat, daar kun je wel achter komen. Maar zullen we ooit de waaromvraag kunnen beantwoorden met natuurkunde? Misschien wel hoor, ik wil het niet uitsluiten. Toch vond ik mijn onrust een teken voor dat wat ik meer en meer zou willen leren: vertrouwen. Vertrouwen op het mysterie dat wij dan God kunnen noemen. En dan mag het wat mij betreft God zijn die die planeten in hun baan houdt (god zij dank, als het om onze eigen planeet gaat, toch?)
Telescopen en microscopen
En dan kunnen we met Matthijn zeggen: onze betekenis is maar klein, en dat is heel erg oké. Zou het de bedoeling zijn dat we alles begrijpen of is de reden dat we op deze planeet rondlopen van een heel andere aard? Dat we leren betere mensen te worden, dat we de wereld een beetje mooier achterlaten dan toen we hem voor het eerst zagen. Hoe klein onze rol en onze betekenis ook. Zit de betekenis van dit alles niet meer juist in dat mysterie, dan in de grootste telescopen en microscopen? Ik hoop het.
Artikel door dominee Jaap Marinus