Het is zomer, heel erg zomer zelfs! Afgelopen zaterdag was het een Zwarte Zaterdag met duizenden mensen op weg, op weg waarnaartoe?
De afgelopen week ging ik ook op weg, om vakantie te vieren op Vlieland. Eiland van zon & zee, strand, meeuwen, waddenvogels, gierende straaljagers, veel boten en…….Slauerhoff, die in zijn jeugd door zijn astma veel tijd doorbracht op Vlieland. En waar hij later regelmatig graag terugkwam.
Slauerhoff (1898) was schrijver, dichter en arts. Hij leidde een snel leven en stierf jong. Na een studie medicijnen in Amsterdam reist hij als scheepsarts alle continenten af, alwaar veel vrouwen en misschien nog wel meer opium zijn pad kruisen. Het zit de scheepsarts niet mee; hij krijgt te maken met astma, malaria, tuberculose en een vroeg gestorven kind. De dichter verwerft bekendheid als een van de meest romantische dichters uit de Nederlandse poëzie. De gedichten zijn sterk autobiografisch en getuigen van rusteloosheid, verbeeldingskracht en heimwee naar onbereikbare verten. In zijn gedichten vereenzelvigt hij zich met vagebonden, ontdekkers en piraten. Hij overlijdt op 38-jarige leeftijd aan een combinatie van bovengenoemde ziektes.Hij was een reiziger, in alle opzichten.

Op de foto rookt Slauerhoff een pijp in de duinen op Vlieland tijdens een vakantie als student, ca. 1919. Zijn bekendste gedicht is:
Woningloze
Alleen in mijn gedichten kan ik wonen,
nooit vond ik ergens anders onderdak;
voor de eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,
een tent werd door den stormwind meegenomen.
Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.
Zolang ik weet dat ik in wildernis, in steppen,
stad en woud dat onderkomen
kan vinden, deert mij geen bekommernis.
Het zal lang duren, maar de tijd zal komen
dat vóór den nacht mij de oude kracht ontbreekt
en tevergeefs om zachte woorden smeekt,
waarmee ‘k weleer kon bouwen, en de aarde
mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de
plek waar mijn graf in ’t donker openbreekt.
J. Slauerhoff In: Serenade, 1930.
Vlieland is, samen met Schiermonnikoog, 1 van de weinige plaatsen in Nederland waar vrijwel geen gemotoriseerd verkeer is, waar je de meeuwen kunt horen krijsen en piepen, waar je altijd de ruisende zee en de fluisterende wind in de bomen kunt horen als je gaat slapen, een rustgevend en vooral veilig gevoel teweegbrengend: een thuisgevoel, een plek om te rusten.
Waar kan een mens zich thuis voelen? In muziek wellicht? Bij andere mensen, in het gezelschap van dieren? Wilde echte natuur beleven? Lezen in een inspirerend boek, kijken naar een prachtige film. Samen zingen en bidden in de kerk.
Slauerhoff zocht overal dat veilige gevoel, en vond het in woorden. Hij bouwt beelden in woorden om tot een huis, het gedicht.
Hoewel een gedicht een uiterlijke vorm heeft, verwijst het naar iets innerlijks. De zachte woorden spreken een innerlijke ordening uit. Het feit dat de dichter erin kan wonen, betekent dat hij zich via die verbeelding alleen maar beschermd kan voelen tegen het ongeordende dat het bestaan in wezen is.
Wanneer je nadenkt over wat wonen in diepste zin betekent, dan is dat innerlijke wonen wel de meest elementaire vorm. Slauerhoff schrijft niet over God, maar in zijn woorden hoor ik misschien wel een religieuze laag: Zolang ik weet dat ik in wildernis, in steppen, stad en woud dat onderkomen kan vinden, deert mij geen bekommernis.
De dichter beseft dan dat er in de toekomst echter een moment zal komen dat de kracht hem zal gaan ontbreken en dat hij geen woorden meer vinden kan, woorden waarmee hij vroeger zijn woning kon bouwen – en dat hij zal sterven. Als dat moment aan zal breken, zal hij zich naar de aarde buigen en in zijn graf uiteindelijk een vaste plek vinden om te blijven.
Een visie op het donkere graf als laatste woning geeft de filosoof Roger Scruton: Mensen zoeken een veilige en vertrouwde plek in de wereld om zich beschermd te voelen tegen het chaotische bestaan. Mensen hebben eveneens de diepe behoefte aan een ‘eeuwig thuis’ als compensatie voor het aardse lijden, de pijn en gemiste kansen. Het donkere graf wordt in deze context gezien als de symbolische eindbestemming en rustplaats, een permanente vorm van geborgenheid.
Het zal lang duren, maar de tijd zal komen dat vóór den nacht mij de oude kracht ontbreekt en tevergeefs om zachte woorden smeekt, waarmee ‘k weleer kon bouwen, en de aarde mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de plek waar mijn graf in ’t donker openbreekt.
Sieka de Wit
Afbeelding: eleonor.be